dinsdag 10 juli 2012

Dozenschuivers zijn probleemstapelaars

De term dozenschuiver is bepaald geen geuzennaam en wordt gebruikt voor bedrijven die vooral techniek leveren. Ze kunnen heel goed concurreren op prijs omdat het personeel vaak ongekwalificeerd, tijdelijk en dus goedkoop is. Maar niet zelden is goedkoop uiteindelijk duurkoop, hetgeen meestal aan het licht komt als bij problemen blijkt dat er enkel service tot aan de voordeur gegeven wordt.



Wie met een dozenschuiver in zee gaat moet dan ook niet verrast zijn dat deze zijn logistiek van stukgoed voort blijft zetten na het winnen van de opdracht. ‘Easy money’ noemen deze bedrijven dat omdat er door contracten niet ten halve gekeerd kan worden en dus, ondanks alle frustratie, doorgegaan wordt op de ingeslagen koers. Maar toch vraag ik me af wie nu wie voor de gek houdt want vaak wordt, ondanks dat er gezegd wordt dat kwaliteit en service belangrijk zijn, toch vooral gekozen op prijs. Afdeling inkoop moet dan ook hele sterke argumenten hebben om te kiezen voor de duurdere of duurste oplossing, het maatwerk dat rekening houdt met de toekomst en dus meer aanbiedt dan er gevraagd wordt.


En dus is het eerder regel dan uitzondering dat na oplevering problemen naar boven komen die opgelost worden met uitbreidingen en vervangingen. En van de winnende oplossing, het uitgedachte ontwerp is dan al snel niet veel meer over en langzaam maar zeker stapelen de problemen zich op door alle alternatieve en tijdelijke oplossingen.

 
Een goedkope act
Het is natuurlijk makkelijk de dozenschuivers daarvan de schuld te geven omdat ze het adagium ‘U vraagt, wij leveren' hanteren, maar daar ligt de wortel van dit probleem niet. Dat zit eerder in het weggeven van de regie door het ontwerp uit te besteden aan de leveranciers. Want wie voor een dubbeltje op de eerste rij wil zitten moet achteraf niet klagen als de casting van het toneelstuk met goedkope acteurs is ingevuld.
De uitdrukking: ‘dubbel genaaid houdt beter' krijgt op die manier dus een dubbele betekenis want de deur naar dozenschuiven wordt door de vragende partij zelf open gezet. Zo zorgt het gemis aan capaciteits- en kostmanagement ervoor dat er ook veelvuldig met virtuele dozen geschoven wordt. De gedachte is dat dit ook goedkoop is, waardoor het aantal servers explosief stijgt en er uiteindelijk aan de onder- en bovenkant van de architectuur weer groeistuipen ontstaan. Als bij aanvang al aannames op veronderstellingen gestapeld worden dan is het niet verwonderlijk dat dit ook met problemen gedaan wordt.
 
Toren van Babel
Nu stapelen we niet alleen techniek in complexe ketens met allerlei afhankelijkheden waardoor de problemen toenemen maar doen dat ook organisatorisch. En dus hebben niet alleen architecturen een trechtermodel maar ook vaak de organigrammen. Aan de onderkant hiervan vinden we het beheer welke steeds meer voor minder moet doen omdat de bovenkant vooral gespitst is op de kosten. En daartussen bevindt zich een steeds dikker wordende laag die dit alles probeert te sturen op papier. Helaas wordt in veel architectuurmodellen de techniek aangegeven in blokken, onderverdeeld naar functie, waarbij aantallen en werking onbekend blijven en er dus verspilling blijft in de architectuur door:

  1. Toewijzing; teveel, te weinig of gewoon de verkeerde techniek voor applicaties.
  2. Slechte response; onjuiste of niet goed geconfigureerde en afgestemde hardware.
  3. Geen waarde; toevoeging van redundantie die niets bijdraagt aan de kwaliteit.
  4. Ineffectief; slechte Root Cause Analyse en daardoor verkeerde wijzigingen.

De artefacten vanuit de discipline Enterprise Architectuur zijn dan misschien wel artistiek maar niet pragmatisch omdat ze de aansluiting missen met de infrastructuur, de vertaling naar technische parameters die helpen om te sturen.
 
Kwaliteit door kwantificeren
Een euvel dat trouwens ook vaak te zien is bij het opstellen van de service levels die vaak niet goed gekwantificeerd zijn, vertaald naar techniek zodat ze ook meetbaar worden en er objectief over gerapporteerd kan worden. Wat zegt bijvoorbeeld het aantal gebruikers als onbekend blijft hoeveel transacties ze doen, hoeveel bytes ze over het netwerk verplaatsen of opslaan? Opmerkelijk vaak blijken de zogenaamde gekwantificeerde eisen dan ook gebaseerd op natte vingerwerk dat eufemistisch omschreven wordt als intelligente inschatting. Maar dat komt pas aan het licht als de oplossing geïmplementeerd is en het spel van pleisters plakken en zwarte pieten al begonnen is.

Dozenschuiven is dan misschien niet de gewenste oplossing maar de markt hiervoor is wel gemaakt door de wijze waarop it nog steeds aangestuurd wordt. Het ontbreken van inzicht in de prestatie en de waarde van de infrastructuur is dan als autorijden zonder snelheidsmeter. Je bent dan misschien wel sneller op je bestemming maar moet de boetes en ongelukken die achteraf volgen dan wel op de koop toe nemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten